
Zwembrevet C
PROEVEN
Zwemslagen en afstandzwemmen
Te water gaan met startduik en 500 m zwemmen, waarvan:
50 m vlinderslag
50 m rugslag
200 m schoolslag
200 m crawl
Zwemmend redden
Gekleed te water gaan met hurksprong, 10 m zwemmen, duiken en een duikpop die zich minstens 2,5 m onder het wateroppervlak bevindt, ophalen en 10 m verslepen. 15 m onder water zwemmen.
Springen
Vanaf de zwembadrand een rechtstandig gestrekte sprong uitvieren. Een startduik met aanloop uitvoeren.

